Startpagina
Nieuwbouw Restauratie Zoek op plaats Huisorgels Kistorgels Lopende projecten Over ons Nieuws Te koop aangeboden

Zuidhorn, PKN Restauratie Schnitger/Freytag orgel

Vanaf de eerste restauratieplannen vanaf 1973 stond al vast dat de situatie die in 1924 was gecreëerd niet kon tippen aan de vroegere artistieke waarde van het orgel. Alle onderzoek dat in 1973 en daarna is verricht had daarom als doel bij een volgende restauratie het orgel weer in oude luister te herstellen.
De wijze waarop dat zou kunnen is sindsdien wel aanzienlijk genuanceerder geworden doordat de restauratiepraktijk van dit type orgels intussen was geëvolueerd. Vandaar dat Stef Tuinstra in 1997 en 2003-2004 het plan in detail heeft bijgesteld een aangevuld.

Het orgel verkeerde net voor de restauratie in een zeer slechte (klank)technische staat en was het hele instrument zeer vervuild met steengruis en ander bouwstof. Niet alles was slecht geworden, sterker nog, er zijn diverse belangrijke onderdelen relatief goed tot zeer goed bewaard gebleven zoals de orgelkast (voor- en zijkanten) met balkon en het meeste lofwerk, de frontpijpen en de oude binnenpijpen van 1793.
Slechts weinig snijwerk ontbrak. Het profielwerk was integraal aanwezig. De panelen van kast en balustrade vertoonden hier en daar wel grote krimpnaden. Bij het pijpwerk was met name de toestand bij de labia en kern niet ernstig aangetast, wel waren er vele beschadigde pijpvoeten, bovenranden en steminrichtingen. De frontpijpen verkeerden constructief in uitstekende staat. De fa. Van Dam heef het pijpwerk bij de ombouw in 1924 in constructief-technische zin gelukkig vakkundig en respectvol behandeld.

Van later verdwenen delen waren nog tamelijk veel oude bouw- en positiesporen te zien, zoals van de windvoorziening en van de windlade. In enkele regels zijn de oude inkepingen t.b.v. de keilbalgen nog aanwezig. De bekisting met afdak op de kerkzolder rond en boven de huidige magazijnbalg is grotendeels origineel van 1793. Dat de balgen oorspronkelijk op de kerkzolder hebben gestaan blijkt ook uit de aanwezigheid van frescoresten achter het orgel waar de aftekening van het verticale windkanaaldeel naar de zolder nog te zien is. Met gekleurd potlood is op de oude frescoresten geschreven: `Canaal' (1878?). Deze frescoresten zijn afkomstig van een baldakijnachtige muurschildering zoals Hinsz en Schnitger & Freytag die wel meer lieten aanbrengen (in o.a. te Midwolda, Groningen-Pelstergasthuis, Roden en Noordbroek). Ook een grenen windkanaal-beschermplankje (1878) was nog aanwezig samen met de plaats en de buitenmaat van de inlaat van het windkanaal in de orgelkast. Daarom is in het restauratieplan voorgesteld om drie nieuwe spaanbalgen met trap- en trekinstallatie te maken conform de originele situering en makelij tot in de kleinste details.

De aanwezige waslaag aan de frontzijde, zijwanden, borstwering met lofwerk en de kolommen met kapitelen is na het compleet en grondig logen van het gehele orgelmeubel in 1924 aangebracht. Er is onderzoek verricht naar de oorspronkelijke inkleuring van het eikenhout met olie en roodbruin pigment. Naar de aangetroffen resten is het eikenhout bijgewerkt. Het lofwerk en teksten zijn ook in 1793 met accenten verguld geweest. Deze vergulding is opnieuw aangebracht. De balkonvloer en toegangstrap zijn nooit beschilderd geweest. Dit is zo gelaten. De onderzijde van het balkon is tot aan de onderslagbalk opnieuw geschilderd in imitatie eiken.

Een nieuw handklavier is gemaakt naar voorbeeld van Bierum en Bellingwolde. Het beleg is van mammoetivoor. Het beschadigde fineer van de muziekbak is bijgewerkt en opnieuw gepolitoerd. Een nieuw pedaalklavier naar voorbeeld van Bierum is gemaakt, echter met iets langere toetsen dan het authentieke voorbeeld t.b.v. de grotere mensen van tegenwoordig. De oude registerknoppen zijn waar nodig hersteld en gepolitoerd. De zich onder de registerplaatjes van 1878 bevindende papieren opschriften bleken origineel te zijn. Papier is echter heel kwetsbaar, vervuilt snel en gaat gauw stuk. Daarom zijn door Helmer Hut nieuwe handgeschreven registeropschriften gemaakt van perkament met gebruikmaking van het lettertype van de nog originele registeropschriften in de Hervormde kerk te Finsterwolde. Een nieuwe orgelbank is gemaakt naar model van Zuidbroek.

De zinkverf op het oude frontpijpwerk is verwijderd en gereinigd. Daarna zijn de pijpen hersteld en opnieuw gepolijst. De labia zijn opnieuw verguld met 24 karaats rosenobel goud. Het pijpwerk van 1793 is uitgebreid geïnventariseerd en alle later verplaatste oude binnenpijpen zijn op hun oorspronkelijke plaats teruggezet.

Het toonhoogte- en stemmingsonderzoek aan de frontpijpen en een aantal binnenpijpen gaf de oorspronkelijke toonhoogte van ¼ toon boven normaal als uitkomst. De winddruk is opnieuw vastgesteld en de Freytag 1/6 komma-stemming van Bellingwolde (1797) is aangebracht. In afwijking tot Bellingwolde echter, waar enkele reine kwinten zijn ingestemd hetgeen niet zeker is of dat origineel zo is geweest, zijn hier slechts 1/6 komma zwevende kwinten ingestemd als mogelijk origineel alternatief van de stemming van Bellingwolde.

Dispositie:
Manuaal (C- d3)
Bourdon 16’ 1793
Praestant 8’ 1793
Holpijp 8’ 1793
Octaaf 4’ 1793
Speelfluit 4’ 1793
Gedakt Fluit 4’ 1793
Nassat 3’ 2012
Octaaf 2’ 1793/1924
Woudfluit 2’ 1793
Sexquialter 2 sterk 2012
Mixtuur B/D 3-6 sterk 2012
Trompet B/D 8’ 2012
Pedaal (C-d1)
aangehangen

Werktuigelijke registers
Tremulant
Windlosser
Toonhoogte: a1 = 465 Hz bij 180 C
Winddruk: 68 mm Wk
Stemming: Kellner
Drie spaanbalgen (2012)


klik > hier voor foto's zie ook www.orgelnieuws.nl